Het overzicht met de omschrijving van de financiële risico’s die het bestuur loopt en van de middelen en mogelijkheden waarover het beschikt om die risico’s in te dekken is een zeer belangrijk document voor de raadsleden. Het bevat essentiële informatie waarover de raadsleden moeten beschikken op het ogenblik dat ze beslissen over een meerjarenplan. De financiële risico’s kunnen de eigenlijke inhoud van het meerjarenplan in hoge mate nuanceren, waardoor het ontbreken van die informatie de raadsleden zou kunnen misleiden.
Financiële risico's
De financiële gevolgen van het Vlaams en Federaal regeerakkoord
Terug naar navigatie - Financiële risico's - De financiële gevolgen van het Vlaams en Federaal regeerakkoord- De negatieve impact van het optrekken van de belastingvrije som op de ontvangsten uit de aanvullende personenbelasting hebben we deels meegenomen op basis van de herramingen van FOD Financiën (zie ook bij grondslagen en assumpties). Het is onvoldoende duidelijk welke parameters de FOD Financiën gehanteerd heeft in deze berekeningen en of bijvoorbeeld de beoogde terugverdieneffecten mee in rekening werden genomen. In voorgaande bestuursperiodes werden ook federale belastinghervormingen doorgevoerd. De destijds vooropgestelde impactramingen waren veel negatiever dan de uiteindelijke realiteit. Op basis van deze ervaring zijn we iets voorzichter in het overnemen van de negatieve ramingen en gaan we er dus voorlopig van uit dat de APB ontvangsten in 2030 minder sterk zullen dalen dan geraamd door de FOD Financiën. De uiteindelijke impact kan hoger of lager uitvallen, maar evt. ook sneller in de tijd (huidige assumptie is invoering 2029, impact op APB maar vanaf 2030). Een aandachtspunt dat van nabij gemonitord zal worden.
- De beperking van de werkloosheid in de tijd zal leiden tot een verhoogde instroom bij het OCMW. Daarvoor is federale financiering voorzien die in principe zou moeten volstaan - te meer daar de budgetten in het zomerakkoord werden opgetrokken. Nog niet alle details zijn gekend en sommige subsidies zijn degressief. De effectieve financiële evaluatie zal pas achteraf blijken.
-
Volledigheidshalve wijzen we er op dat er ook potentieel positieve elementen in het federaal regeerakkoord staan waar we, bij gebrek aan informatie, geen rekening mee hebben gehouden. Zo zou er in principe betere financiering moeten komen voor politie en brandweer. In het MJP nemen we significante verhogingen mee van de dotaties aan de Lokale Politiezone Lier en Hulpverleningszone Rivierenland maar houden dus geen rekening met eventuele bijkomende federale betoelaging.
- In het algemeen is de precaire financiële situatie van de hogere overheden een financieel risico voor lokale besturen. Het valt niet uit te sluiten dat aan sommige subsidies wordt geraakt, of dat taken doorgeschoven worden zonder adequate financiering.
Effectief realiseren van de investeringsontvangsten
Terug naar navigatie - Financiële risico's - Effectief realiseren van de investeringsontvangsten- Het MJP rekent doorheen de legislatuur op 41.846.548 EUR investeringsontvangsten, waarvan ca 17,1 Mio subsidies en 24,7 Mio desinvesteringen.
- De betrokken bedragen zijn verregaand geconcretiseerd, maar moeten nog effectief gerealiseerd worden. Subsidies zijn steeds afhankelijk van de donerende overheid, die doorgaans zelf weinig marge heeft. Bij verkopen van onroerende goederen is er altijd een risico dat de geraamde of gevraagde prijs niet verkregen wordt; al is het omgekeerde ook al gebeurd in het verleden. De desinvesteringen kaderen eveneens in de vastgoedstrategie dewelke in de loop van 2025 werd opgestart en nog verder zal uitgewerkt en geconcretiseerd worden in de loop van het meerjarenplan.
- Het belangrijkste risico van het niet-tijdig realiseren van de desinvesteringen heeft vooral een impact op de thesauriepositie van de groep.
- Via het MTM-programma van de stad kan de financieringsbehoefte die zou ontstaan doordat verkopen niet tijdig gerealiseerd worden, steeds overbrugd worden. De impact op het MJP zit dan vooral in de bijkomende rentelast van het overbruggingskrediet. Het is daarom belangrijk om de desinvesteringen nauwgezet te monitoren.
Hogere inflatie dan 2% en macro-economische volatiliteit
Terug naar navigatie - Financiële risico's - Hogere inflatie dan 2% en macro-economische volatiliteit- Hogere inflatie dan verwacht vormt een risico. Tegen dit risico zijn we evenwel veel beter bestand dan enkele jaren voorheen, aangezien we quasi al onze eigen tarieven (retributies en belastingen) aan indexatie hebben onderworpen. Als de kosten stijgen, zullen de ontvangsten dus meestijgen. Het risico zit vooral in het feit dat de kosten doorgaans sneller stijgen dan de ontvangsten; ook OV en APB indexeren steeds met vertraging.
- De raming van onze investeringsuitgaven trachten we steeds zo goed als mogelijk in te schatten. Toch valt nooit uit te sluiten dat economische schokken, bv. naar aanleiding van exporttarieven, sommige ramingen beïnvloeden. Desgevallend zal bijgestuurd moeten worden.
- De raming van de energiekosten blijft een moeilijke oefening. We indexeren de ramingen voor energie in het MJP aan 2%. Verdere investeringen in de verduurzaming van het patrimonium zal een impact hebben op het globale verbruik en in principe een gunstige invloed hebben op de totale kostprijs bij gelijkblijvende prijzen. Een eventuele nieuwe prijzenschok zal logischerwijs nieuwe uitdagingen met zich meebrengen.
Eventuele vermindering of wegvallen van bepaalde exploitatie-ontvangsten
Terug naar navigatie - Financiële risico's - Eventuele vermindering of wegvallen van bepaalde exploitatie-ontvangsten- De ramingen van de ontvangsten uit de aanvullende personenbelasting en onroerende voorheffing verdienen de komende jaren, en zeker in het begin van het meerjarenplan, een bijzondere monitoring gelet op de belastinghervorming dewelke zal doorgevoerd worden. Als basis hebben we de meest recente ramingen gehanteerd (op basis van de ‘oude tarieven’). Voor wat betreft de OOV passen we nog een correctie toe voor wat betreft de aangroei van de belastbare basis (het kadastraal inkomen). Voor de APB hernemen we de ramingen van de FOD Financiën, maar zwakken voor de jaren 2030 en 2031 de sterke daling enigszins af (zie hoger). Op deze bijgestuurde ramingen passen we dan de nieuwe tarieven ingevolgde de belastinghervorming toe.
- Wat de GAS-boetes betreft (en in het bijzonder de GAS5) hebben we de verwachte ontvangsten neerwaarts bijgestuurd (-20%) t.o.v. de ramingen uit het vorige MJP. We stellen namelijk een positieve gedragsverandering vast hetgeen een impact heeft op het aantal geregistreerde overtredingen.
- De retributies worden nog steeds geïndexeerd en daar waar mogelijk op basis van vergelijkende benchmark oefening meer marktconform gemaakt. Belangrijk is dat dienstprestaties op een correcte en tijdige manier worden gefactureerd zodat stad en OCMW geen inkomsten misloopt. Een blijvend goed debiteurenbeheer vormt dan het sluitstuk van het inkomstenbeheer.
Eventuele stijging van bepaalde exploitatie-uitgaven
Terug naar navigatie - Financiële risico's - Eventuele stijging van bepaalde exploitatie-uitgaven- Op de werkingskosten zit doorgaans een belangrijke overbudgettering. In het verleden hebben we steeds gewerkt naar het maximaal inperken van deze overbudgettering door een zo accuraat mogelijke budgettering uit te werken. In het tweede jaar van de vorige legislatuur hebben we in de niet-actieve budgetjaren van het meerjarenplan de werkingskosten verminderd met 500.000 EUR op jaarbasis. In het nieuwe meerjarenplan 2026-2031 hebben we deze techniek nog niet toegepast. Belangrijk is om eerst een goed zicht te hebben op het resultaat van de eerste jaarrekening (2026). Als hieruit blijkt dat er nog steeds een aanzienlijke overbudgettering is, kan deze techniek opnieuw worden toegepast. Voorlopig is het wel een belangrijk voorzichtigheidsprincipe bij de start van de legislatuur dat deze potentiële overbudgettering nog niet wordt afgeroomd.
- Gelet op de ambitie om tegen het einde van de legislatuur het globaal personeelsbestand af te bouwen met ca 25 VTE door sommige pensioneringen niet te vervangen in kader van procesoptimalisaties is het wel cruciaal om deze evolutie goed te monitoren.
- Inzake de responsabiliseringsbijdrage voor vastbenoemden baseren we ons nog steeds op recente actuariële studies van Ethias dewelke gebaseerd zijn op de werkelijke loonmassa en in die zin accurater zijn dan de ramingen van de federale pensioendienst.
Risico’s verbonden aan de schuldportefeuille
Terug naar navigatie - Financiële risico's - Risico’s verbonden aan de schuldportefeuilleRenterisico.
Onze rente-assumptie bedraagt 3,5%. Die bevat nog enige marge aangezien we op het moment van opmaak van het meerjarenbudget voor ongeveer 3% konden lenen.
Liquiditeits- of herfinancieringsrisico gekoppeld aan thesaurieplanning.
Op het moment dat er een financieringsbehoefte ontstaat is het belangrijk om daar tijdig op in te spelen. Het risico bestaat erin dat er onvoldoende thesaurie beschikbaar is en dat bijvoorbeeld lonen van werknemers en facturen van leveranciers niet tijdig kunnen betaald worden.
Stad en OCMW Lier volgen op dagbasis de evolutie van de rekeningstanden op. Daarbij wordt eveneens een thesaurieplanning bijgehouden dewelke een inschatting geeft van de evolutie van de thesaurie over de midden lange termijn. Op deze wijze kan er tijdig ingegrepen worden indien er een liquiditeitstekort dreigt te ontstaan. Bij de opvolgrapportering en jaarrekening wordt over deze thesaurieplanning gerapporteerd naar de gemeenteraad.
Sinds 2012 beschikt de stad Lier over een eigen MTM-Programma van 45 Mio EUR. Dat houdt in dat we korte termijn schuldpapier van de stad Lier kunnen uitgeven op de financiële markten. Het voordeel van dit programma is dat er heel snel kan geschakeld worden indien een kredietbehoefte zich voordoet. Bovendien wordt er ontleend tegen korte termijn rentevoeten.
Van zodra er een stabiel volume aan schuldpapier wordt opgebouwd in het MTM-programma zal er worden bekeken om dit te herfinancieren via klassieke leningen. Op dat ogenblik zal dan de markt bevraagd worden en wordt de meest optimale rentestructuur uitgewerkt op dat moment, waarbij eveneens het renterisico (zie boven) wordt ingeperkt.
Risico’s verbonden aan het patrimonium van Stad en OCMW
Terug naar navigatie - Financiële risico's - Risico’s verbonden aan het patrimonium van Stad en OCMWDe stad en het OCMW beschikken over heel wat patrimonium. Het beheer en onderhoud van al deze sites vergt behoorlijk veel energie en middelen van verschillende teams binnen de organisatie. De meeste sites worden ingezet in de werking van stad en OCMW. Niettemin houdt het aanhouden van een groot patrimonium financiële risico’s in.
Het onderstaand lijstje bevat alleen de belangrijkste financiële risico’s:
- Het vergt een voldoende ruim investerings- en exploitatiebudget om alle sites conform te maken (technisch, maar ook qua comfort, toegankelijkheid en veiligheid) en optimaal in stand te kunnen houden en voldoende personeelscapaciteit om alle dossiers de nodige aandacht te geven. Het is duidelijk dat de huidige inkomsten uit patrimonium deze kosten niet afdekken.
- Deze gebouwen dienen tegen 2045 klimaatneutraal te zijn, wat proactief investeren noodzakelijk zal maken om een financieel haalbaar investeringsprogramma te hebben om deze doelstelling te bereiken.
- Het uitgebreide patrimonium leidt ook automatisch tot een grote hoeveelheid van contracten met leveranciers en samenwerkingsovereenkomsten met de gebruikers. Als deze onvoldoende opgevolgd worden lopen we een financieel risico.
Belangrijk is dat de stad in 2024 een vastgoedstrategie is opgestart dewelke al deze risico’s helder in kaart brengt en nodige acties aanreikt om het patrimonium van stad en OCMW toekomstbestendig te maken. Om de vernoemde risico’s te mitigeren, is het belangrijk dat de organisatie voldoende mensen en middelen voorziet om deze acties in de komende jaren verder uit te werken en te implementeren.
Risico’s verbonden aan juridische betwistingen
Terug naar navigatie - Financiële risico's - Risico’s verbonden aan juridische betwistingenEr loopt momenteel een juridische discussie tussen studiebureau en aannemer bij de uitvoering van de restauratiewerken St-Gummaruskerk waarbij ook de stad als bouwheer betrokken wordt. De uitkomst van de discussie is nog onduidelijk, maar we voorzien uit voorzichtigheid in budgetjaar 2027 een bijkomend budget van 1 Mio EUR om eventuele kosten verbonden aan het dispuut te kunnen opvangen.
Verbonden entiteiten
Terug naar navigatie - Financiële risico's - Verbonden entiteitenOnze organisatie heeft (financiële) verplichtingen ten aanzien van verbonden entiteiten waarbij het de decretale plicht is om exploitatietekorten bij te passen. Het gaat dan ondermeer om de lokale politie, hulpverleningszone Rivierenland, Kerkfabrieken, Autonoom gemeentebedrijf. Voor al deze entiteiten werd in nauw overleg de meerjarenplanning opgemaakt en een inschatting gemaakt van de noodzakelijke financiële tussenkomst van de stad. Zowel met het eigen meerjarenplan zal ook de volgende jaren de benodigde betoelaging jaarlijks opnieuw geëvalueerd worden in functie van de aanpassingen van het Meerjarenplan.
Daarnaast heeft de stad ook waarborgen verleend aan derden en partnerorganisaties. Zolang alles goed gaat heeft dit geen budgettair financiële impact op de stad. Bij de toelichting van het meerjarenplan wordt een helder overzicht meegegeven van al deze aangegane engagementen.
Conclusie bij de financiële risico’s
Terug naar navigatie - Financiële risico's - Conclusie bij de financiële risico’sEr bestaat geen exhaustieve lijst van financiële risico’s. Bij de opmaak van het meerjarenplan trachten we steeds de verwachte financiële stromen op een zo correct mogelijke manier in te schatten zodat aan alle verwachte verplichtingen kan worden voldaan en dat de vooropgestelde doelstellingen kunnen worden gerealiseerd.
Uiteraard gaan we steeds uit van verschillende assumpties en kan er in een periode van 6 jaar veel gebeuren. Zo merken we dat er ook dit jaar opnieuw aanzienlijke bijsturingen nodig waren. Via de jaarlijkse aanpassing van de meerjarenplanning zal er dan steeds bijgestuurd worden in functie van de gewijzigde omstandigheden.
De maatschappelijke uitdagingen zijn enorm en de verwachtingen ten aanzien van de op te nemen rol als lokaal bestuur worden steeds groter. De vele ambities en verwachtingen staan niet altijd evenredig tot de (beperkte) beschikbare middelen als stad. Dit zet druk op het financieel draagvlak op lange termijn.