Staat van het financieel evenwicht (M2)

Inleiding

Terug naar navigatie - Staat van het financieel evenwicht (M2) - Inleiding

Omschrijving

Het schema M2 is het belangrijkste BBC-schema aangezien hierin aangetoond moet worden dat een lokaal bestuur financieel in evenwicht is.

Het financieel evenwicht wordt bekeken vanuit drie invalshoeken. De staat van het financieel evenwicht van het meerjarenplan (schema M2) bevat per jaar een raming van het beschikbaar budgettair resultaat, de autofinancieringsmarge (AFM) en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge.

De staat van het financieel evenwicht van de gemeente en het OCMW wordt aangevuld met de financiële evenwichten van het autonoom gemeentebedrijf. Zo wordt dus in het geconsolideerde overzicht het totale beschikbaar budgettair resultaat, de totale autofinancieringsmarge en de totale gecorrigeerde autofinancieringsmarge voor de hele groep getoond.

De financiële evenwichten op groepsniveau zijn geen afzonderlijke normen, maar worden in de beleidsrapporten van de moederbesturen getoond ter informatie van de raadsleden. De moederbesturen zijn immers verantwoordelijk voor de financiële gezondheid van de hele groep, met inbegrip van de dochters.

Budgettair resultaat 2026 2027 2028 2029 2030 2031
I. Exploitatiesaldo (a-b) 7.491.436 5.562.385 7.351.424 7.936.836 8.666.450 9.797.137
a. Ontvangsten 123.704.251 124.533.333 127.829.148 130.880.279 134.682.770 137.899.877
b. Uitgaven 116.212.816 118.970.948 120.477.724 122.943.443 126.016.320 128.102.740
II. Investeringssaldo (a-b) -13.239.376 -12.877.049 -13.006.164 -13.135.325 -12.744.932 -14.779.035
a. Ontvangsten 7.032.029 7.394.356 7.265.241 7.136.080 7.526.473 5.492.370
b. Uitgaven 20.271.405 20.271.405 20.271.405 20.271.405 20.271.405 20.271.405
III. Saldo exploitatie en investeringen (I+II) -5.747.940 -7.314.664 -5.654.740 -5.198.489 -4.078.482 -4.981.899
IV. Financieringssaldo (a-b) 1.404.050 7.363.090 5.668.186 5.230.553 4.076.946 4.964.665
a. Ontvangsten 9.196.209 16.504.089 15.300.018 15.581.701 14.780.960 16.087.237
b. Uitgaven 7.792.159 9.140.999 9.631.832 10.351.148 10.704.014 11.122.572
V. Budgettair resultaat van het boekjaar (III+IV) -4.343.890 48.426 13.446 32.064 -1.537 -17.233
VI. Gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar 4.457.159 113.269 169.331 182.777 214.841 213.304
A. Op basis van laatste aanpassing MJP (incl JR 2024) 11.296.442
B. Ramingen niet verwerkt in MJP Vorig Boekjaar (zie toelichting)
1. Overdrachten investeringen 2024 (saldo) -10.477.783
2. Ramingen inzake exploitatie (saldo) 138.500
3. Ramingen inzake investeringen (saldo) 3.500.000
4. Ramingen inzake financierng (saldo) 0
VII. Gecumuleerd budgettair resultaat (V+VI) 113.269 161.695 182.777 214.841 213.304 196.071
VIII. Onbeschikbare gelden 0 0 0 0 0 0
IX. Beschikbaar budgettair resultaat (VII-VIII) 113.269 161.695 182.777 214.841 213.304 196.071
Autofinancieringsmarge 2026 2027 2028 2029 2030 2031
I. Exploitatiesaldo 7.491.436 5.562.385 7.351.424 7.936.836 8.666.450 9.797.137
II. Netto periodieke aflossingen (a-b) 6.450.829 7.684.950 8.168.629 8.880.647 9.226.070 9.636.849
a. Periodieke aflossingen conform de verbintenissen 7.441.460 8.783.286 9.266.965 9.978.983 10.324.406 10.735.372
b. Periodieke terugvordering leningen 990.631 1.098.336 1.098.336 1.098.336 1.098.336 1.098.523
III. Autofinancieringsmarge (I-II) 1.040.607 -2.122.565 -817.205 -943.811 -559.620 160.288
Gecorrigeerde autofinancieringsmarge 2026 2027 2028 2029 2030 2031
I. Autofinancieringsmarge 1.040.607 -2.122.565 -817.205 -943.811 -559.620 160.288
II. Correctie op de periodieke aflossingen (a-b) -1.017.012 185.288 60.775 299.620 206.297 270.210
a. Periodieke aflossingen conform de verbintenissen 7.441.460 8.783.286 9.266.965 9.978.983 10.324.406 10.735.372
b. Gecorrigeerde aflossingen o.b.v. de financiƫle schulden 8.458.472 8.597.997 9.206.190 9.679.363 10.118.109 10.465.162
III. Gecorrigeerde autofinancieringsmarge (I+II) 23.594 -1.937.277 -756.430 -644.191 -353.323 430.498
Geconsolideerd financieel evenwicht lokaal bestuur 2026 2027 2028 2029 2030 2031
I. Beschikbaar budgettair resultaat
- Gemeente en OCMW 113.269 161.695 182.777 214.841 213.304 196.071
- AGB SOLAG 1.906.067 1.346.429 2.551.791 1.285.724 1.366.087 1.446.449
Totaal beschikbaar budgettair resultaat 2.019.336 1.508.124 2.734.568 1.500.565 1.579.391 1.642.520
II. Autofinancieringsmarge
- Gemeente en OCMW 1.040.607 -2.122.565 -817.205 -943.811 -559.620 160.288
- AGB SOLAG 166.995 40.362 1.080.362 80.362 80.362 80.363
Totale autofinancieringsmarge 1.207.602 -2.082.203 263.157 -863.449 -479.258 240.651
III. Gecorrigeerde autofinancieringsmarge
- Gemeente en OCMW 23.594 -1.937.277 -756.430 -644.191 -353.323 430.498
- AGB SOLAG 46.995 30.362 1.079.162 87.962 96.762 105.563
Totale gecorrigeerde autofinancieringsmarge 70.589 -1.906.915 322.732 -556.229 -256.561 536.061

Het beschikbaar Budgettair Resultaat + Keuze voor alternatief Schema M2

Terug naar navigatie - Staat van het financieel evenwicht (M2) - Het beschikbaar Budgettair Resultaat + Keuze voor alternatief Schema M2

Het Beschikbaar Budgettair Resultaat of BBR is de korte termijn evenwichtsvoorwaarde of toestandsevenwicht. Het betreft de som van alle uitgaven en
ontvangsten in het exploitatie- & investeringsbudget evenals de financiering ervan (leningen). Er wordt ook rekening gehouden met het historisch opgebouwde werkkapitaal (het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar).

Wettelijk gezien moet het BBR elk jaar positief zijn. Deze voorwaarde is vervuld. We budgetteren voldoende maar ook niet te veel nieuwe leningen opdat het BBR net positief zou zijn. De kleine marge is een gevolg van het feit dat we voor nieuwe leningen steeds afronden op 0,1 Mio .

Het BBR kan makkelijk positief gemaakt worden door extra leningen in te schrijven. Dat resulteert evenwel in een hogere schuld en de vraag of we alle leningslasten wel financieel aankunnen. Die vraag wordt beantwoord door de autofinancieringsmarge dewelke minstens positief moet zijn in het laatste jaar van het MJP.

Bij de opmaak van het MJP is het belangrijk om een helder zicht te geven over de budgettaire uitgangspositie bij de start van het MJP. Die budgettaire uitgangspositie komt in het schema van het financieel evenwicht (schema M2) tot uiting in het bedrag dat het bestuur inschrijft als het verwachte gecumuleerd budgettair resultaat op 31 december 2025 (in dit schema in de kolom van het jaar 2026 het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar). 

In principe volgt dat geraamde resultaat rechtstreeks uit de ramingen die het bestuur heeft ingeschreven in de laatste door de raad vastgestelde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025. Om de administratieve lasten te beperken voorziet het BBC decreet voor het boekjaar 2025 een uitzondering en moet er geen aanpassing van het MJP worden goedgekeurd. Om toch een accurate inschatting te maken van de budgettaire startpositie is het toegestaan om bij de opmaak van het meerjarenplan 2026-2031 het gecumuleerd budgettair resultaat van 2025 op een onderbouwde manier bij te sturen ten opzichte van het bedrag dat daarvoor is ingeschreven in de laatste aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 die door de raad is vastgesteld. 

In bovenstaand schema hebben we dus gekozen voor de alternatieve weergave waarbij het gecumuleerd budgettair resultaat van 2025 werd aangepast op basis van recentere informatie. De verantwoording bestaat uit volgende elementen:

  • Rekening houdend met de verwerking van het resultaat 2024 zou het geraamde resultaat 2025 volgens laatste aanpassing MJP 11.296.452 EUR bedragen.
  • De overdrachten van niet-gebruikte investeringskredieten van 2024 naar 2025 hebben ook een belangrijke impact op de inschatting van het resultaat 2025. Het saldo van deze overdrachten bedraagt 10.477.783 EUR
  • Bij de opmaak van het nieuwe MJP werden een aantal niet-uitgevoerde investeringen uit 2025 al opnieuw ingeschreven in het nieuwe MJP. Deze moeten dus niet meer overgedragen worden en kunnen reeds verrekend worden in het resultaat. Het gaat om een bedrag van ca 3.500.000 EUR.
  • In het exploitatiebudget werd voorlopig slechts met 1 correctie rekening gehouden, zijnde een vermindering van de rentelast met 138.500 EUR. Deze kan ook verrekend worden in de resultaatsverwachting.
  • Rekening houdende met deze componenten wordt het eindresultaat van 2025 momenteel ingeschat op 4.457.159 EUR. In de eerste helft van 2026 zal de jaarrekening 2025 opgemaakt worden en zal het werkelijke resultaat moeten verwerkt worden bij de eerste aanpassing van het meerjarenplan.

 

De autofinancieringsmarge

Terug naar navigatie - Staat van het financieel evenwicht (M2) - De autofinancieringsmarge

De Autofinancieringsmarge of AFM is de lange termijn evenwichtsvoorwaarde die nagaat of een bestuur structureel in evenwicht is. De AFM wordt berekend door van het exploitatiesaldo (waarin de rentekost al zit) ook nog eens de netto-kapitaalsaflossingen af te trekken (op die manier is de volledige leningslast meegerekend). De AFM gaat dus na of een bestuur voldoende marge genereert uit de courante werking om de leningslasten te dragen.

De AFM moet positief zijn in het laatste jaar van de legislatuur. In 2031 bedraagt de autofinancieringsmarge 196.071 EUR. Er is dus voldoende draagvlak om de leninglasten te dragen.

De gecorrigeerde autofinancieringsmarge

Terug naar navigatie - Staat van het financieel evenwicht (M2) - De gecorrigeerde autofinancieringsmarge

Bepaalde vormen van alternatieve financiering hebben geen invloed op de autofinancieringsmarge omdat de formele berekeningswijze impliciet uitgaat van een klassieke schuldfinanciering met leningen die regelmatig worden afgelost. Sommige financieringsvormen voldoen niet aan dat schema, bijvoorbeeld leningen waarbij een belangrijk deel van de aflossing of de volledige terugbetaling op één moment in de toekomst gebeurt. Als dat moment voldoende ver in de toekomst ligt, komt dat in het meerjarenplan nergens tot uiting en is er ook geen enkele invloed op de autofinancieringsmarge. De autofinancieringsmarge geeft dan eigenlijk een te rooskleurig beeld van de situatie. Ook de kortetermijnfinanciering wordt niet in de berekening van de norm meegenomen. 

Om hieraan tegemoet te komen wordt de norm van structureel evenwicht aangevuld met een indicator die niet beïnvloed wordt door de gekozen financieringswijze: de ‘gecorrigeerde autofinancieringsmarge’.  Daarbij worden de reële leningsaflossingen vervangen door een vast percentage van 8% op de openstaande schuld, wat neerkomt op een gemiddelde looptijd van de uitstaande schuld van 12,5 jaar. Op die manier wordt nagegaan of een bestuur voldoende aflost in verhouding tot de openstaande schuld.

We merken op in het schema M2 dat vanaf 2027 de afwijking tussen de AFM en de gecorrigeerde AFM klein wordt en dat in de tweede helft van het MJP de werkelijke AFM zelfs lager uitvalt dan de gecorrigeerde AFM en dat dus de gemiddelde looptijd van de schuldportefeuille ingekort wordt ten opzichte van de indicatieve norm.